Fifth blog post

Via een Facebook-vriend zag ik vandaag een video van piloten die zich (voor de wetenschap) wagen in een vliegtuig midden in orkaan Irma die momenteel over de Bovenwindse Eilanden raast en een pad van totale verwoesting achterlaat. Wat een bizarre beelden van die piloten, vooral voor iemand die een beetje lichte turbulentie al als (dood)eng ervaart. Ik dacht aan alle getroffen mensen, aan Houston waar hier overal voor wordt gecollecteerd. Je treft mensen in de supermarkten, op straat, maar ook bij elke pin/creditcard-transactie kun je zowel in de winkels als online aangeven of je direct wilt doneren. De betrokkenheid raakt, de beelden van ‘Harvey’ staan vers op het netvlies en daar komt nu ‘Irma’ alweer aan (met in haar kielzog de volgende twee orkanen, Jose en Katia). Vreselijk, wat heb ik met iedereen te doen. Je ziet hoe mensen alles verliezen en zich verloren voelen. Wij boffen, tot zover.

Veiligheid, zo niet-vanzelfsprekend. Natuur, orkanen. Ongelukken, ziekte. Gekken (of juist niet-gekken) met bommen, oorlog. Het gaat niet onbewust langs ons heen, misschien gaat het juist zelfs te bewust niet langs me heen! Je kunt doneren, je kunt tegengas geven, je kunt helpen, je kunt bidden. Niet gezegd dat het een gevoel van veiligheid terugbrengt, maar je hebt het gevoel dat je íets doet. Ik kijk nog een keer naar de video die me zo aan het denken bracht en ineens voel ik een brok in mijn keel. In mijn lijf lijk ik de turbulentie te voelen die ik met mijn ogen zie maar ik zit gewoon op mijn bureaustoel. Mijn handen trillen, hartslag sky high. Ik haal diep adem en een traan loopt over mijn wang. Wat is het leven turbulent momenteel. In de wereld, maar ook hier in huis. Het voelt zoals die piloten in die cockpit. Rustig, dan weer heel hard schudden, rustig, schudden, et cetera. Vandaag was een pittige dag voor ons allemaal. Door alle emoties gevlogen, heen en weer. Vandaag ging zoonlief voor het eerst naar zijn nieuwe school en met zijn “Ik HAAT Engels!”-insteek was dat best (heel!) spannend. Maar ook omdat hij toch hij is en niemand hem daar nog kent. Hij die twee jaar geleden nog een verwijzing naar speciaal onderwijs kreeg. Hij die twee jaar geleden zoveel moest overwinnen om uiteindelijk gewoon helemaal op zijn plek en thuis te zijn op zijn vertrouwde basisschool. Die verwijzing naar speciaal onderwijs was achteraf echt niet nodig. Met wat extra hulp in het eerste half jaar van groep 1 was het daarna appeltje-eitje voor hem. Hij werd juf’s grootste helper en was als een vis in het water. En nu begint hij helemaal opnieuw, in een wildvreemde omgeving waar hij niemand kan verstaan en zij hem niet. En ik dacht dat de vorige keer voelde als ‘loslaten’. HA. Was I wrong!

En turbulent schudden we dus heen en weer. Gisteren nog: wat zal het leuk zijn, eindelijk naar school! Gevolgd door snikkend: zal hij zichzelf wel redden? Vanmorgen barstte ik bijna uit elkaar van trots. Keek hem gaan, die mooie grote gozer in zijn uniform. Hij stond daar braaf, kijk naar zijn juf en begreep niks van haar mimiek (kent haar nog niet) en al helemaal niets van haar woorden. Maar hij stond en hij keek, kalm. Tot ze een liedje zongen en alle kindjes meededen, tra-nen. Ik zag het gebeuren. Onveilig. Hij voelde een verwachting waar hij niet aan kon voldoen. Getroost door zijn andere juf, hup ging hij naar binnen (en ik kon niet mee). De ceremonie achter de rug waar ze onder applaus van de kleuterlokalen naar ‘groep 3’ (grade one) wandelden. Zo klein nog. Ze wilden lachen en ze wilden huilen. En de vaders en moeders eigenlijk ook (stiekem als zij niet keken). Ik voelde me zo trots, maar ik wilde hem ook zo dolgraag uit de juf haar armen rukken en veilig meenemen naar huis. Heen en weer. Want meteen daarna zegt iedereen natuurlijk dat het goed gaat komen, en dat weet én voel ik ook. Hij gaat het snappen, hij is zo slim. Hij praat vast snel Engels en voelt zich vast snel zeker(der) en op zijn gemak. Rationeel weet ik het. Maar heen en weer geslingerd, man wat is het loslaten toch moeilijk. Het is een cadeau, dit avontuur, deze school. Dat voel ik ook zo. Een cadeau om nu deze ervaring op te doen. Te weten dat je dit kunt overwinnen, dat je dit kunt. Dat je Engels leert spreken en daar je hele verdere leven plezier van zult hebben. “Maar ik HAAT Engels mam. Het enige dat ik de hele dag hoor ik gekwebbel, gekwebbel, gekwebbel.” Nog even jongen. En nog even lief meisje. Dan snappen jullie al dat gekwebbel en dan praten jullie zomaar ineens Engels, alsof je het altijd al deed. Ze kijken me wantrouwend aan. “Talk to the hand mommy! zegt ze terwijl ze haar inieminie handje naar me uitsteekt. Maar nu moet ik hem hier achterlaten. Waar ik hem op zich ook achter wíl laten. Heen en weer…

roc

(Elle ook in uniform, ze wilde hem ‘aanmoedigen’ ook al mag zij pas maandag beginnen)

En vandaag mocht ik hem dus ook voor het eerst weer ophalen van school. Stond braaf (en onzeker, sta ik wel goed, wat moet ik doen, naar wie moet ik kijken, …) in de carpool line te wachten voor de deur van school. In drie rijen staan we naast elkaar, auto’s wachtend op hun kind(eren). Om 15:10 gaat de voordeur open en komt de directeur naar buiten. Het plenst, keihard! In zijn mooie pak, paraplu omhoog. Hij inspecteert de carpool lines. Om 15:14u, de leraren komen naar buiten (alle duo-partners, in elke klas staan 2 leerkrachten). De een na de ander pakt een paraplu en stapt op hun zomerse schoentjes de natte plassen in. Mister Connoly stapt op de voorste rijen auto’s af en begint luid te praten door zijn walky talky. Hij nadert onze auto en leest de namen van de carpool card die onder de voorruit ligt: ROCCO VAN DER BIJ (hoor ROCCO FEN DER BIE) GRADE 1. Anderhalve minuut later staat zoonlief voor de deur en wordt door een leerkracht naar de auto begeleid, ze doet de deur voor hem open en “see you tomorrow, have a great afternoon Rocco”… Wow. Van onzekerheid slingerde ik naar rust. Ik zag hoe de directeur, alle leraren, iedereen betrokken was. Ze stonden er allemaal, ze regelden de carpool. Ik zat en keek toe. Ik kreeg mijn lieve ventje in de auto en voelde rust. En enorme trots. Wat een ervaring, zo’n eerste dag school. Hij keek me aan en zei: “Ik heb je zo gemist. Ik heb ook veel gehuild. Ik heb het maar opgegeven mam…” *knak* Daarna zei hij dat er een heel mooi meisje in zijn klas zit. En dat hij de ham echt niet te hachelen vond die ik op zijn brood had gedaan (het proefde naar een drolletje mam!). Uhm… oke? En snack-tijd, dat was leuk geweest. Maar P.E. (“dat is gym mam”) was maar saai, alleen maar weer gekwebbel (Engels). “Maaaaaarrrrr, ik had vandaag ook Frans mam! Luister maar: Je m’appelle Rocco!”  WHAT? Had je vandaag al Frans? En wat, heb je je ham weggegooid? En had je gym? Maar wat, hoe, met wie, waar, wat, …. laat maar. Heen en weer. Ik ben zo gigantisch trots op jou lieve zoon. Tranen over mijn wangen-trots. “Moet je huilen mam?” Ja, van blijdschap. Zo blij ben ik, zo trots. Wat ben jij dapper en sterk… “Weet je mam, ik ben eigenlijk ook echt heel trots op mij!” Wow. Turbulent. En zo de moeite waard! Maar vermoeiend, dat nog wel. Dus zijn uniform vast weer klaar hangen want morgen gaat de wekker weer vroeg, op naar dag twee. Wat heerlijk dat ze weer naar school gaan, maar als het eerst maar weekend is en ze weer veilig bij mij zijn. Heen. En. Weer!

3 thoughts on “Fifth blog post

Add yours

  1. Wat heb je ons weer met vergelijkingen uit het hedendaagse een mooie kijk in jullie leven gegeven. Dikke knuffel voor jullie van mij XXXX.

    Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

Create a website or blog at WordPress.com

Up ↑

%d bloggers like this: